Hij is niet lui; hij weet het niet

Het zijn vaak ouders van jongeren die contact met me opnemen op omdat het ‘niet loopt’. Zowel op school als thuis. We gaan dan het gesprek aan – het liefst samen met de jongere (van 14 t/m 25 jaar) over wat er dan niet loopt. En al snel blijkt vaak: hij is niet lui. hij weet het simpelweg niet. Het is niet dat ze geen zin hebben. En dom ze zijn al helemaal niet!

“Hij moet gewoon beter zijn best doen”

Toetsweken. Meer stof.
Minder reproduceren, meer toepassen.
Toetsvragen die vragen om analyseren, verbanden leggen en reflecteren.
Als je nooit echt hebt hoeven leren, nooit hebt hoeven oefenen, nooit hebt hoeven plannen – hoe kan je dan weten wat je moet doen als het niet meer vanzelf gaat?
Vaak gebeurt dan dit:

  • de leerling lijkt onverschillig;
  • ouders raken gespannen en worden soms boos;
  • docenten voelen verantwoordelijkheid, maar weten het ook niet goed. Het ging toch altijd prima?

Dan komen de bekende zinnen:
“Hij moet gewoon beter zijn best doen.”
“Hij kan het echt wel, hij is slim genoeg.”
Maar die zinnen helpen niet. Ze zijn leeg.
En als je vaak genoeg hoort, dat je slim genoeg bent, terwijl het niet lukt, ga je op een gegeven moment twijfelen of je wel echt slim bent.
Dat doet iets met je zelfvertrouwen.

Wat ik dan doe?

Ik ga naast hem zitten.
Magister open.
Samen terugkijken naar de onderbouw.
Niet alleen naar cijfers, maar naar aanpak.
Hoe leerde je toen?
Wat deed je voor een toets?
Wat ik vaak zeg: “Als de onderbouw zo goed ging, dan kan de bovenbouw jou ook lukken. Het vraagt alleen iets anders van je.”
Zo leert hij zichzelf kennen en krijg ik zicht op zijn leerproces.
En blijkt: hij is niet lui; hij weet het (nog) niet.

Het is essentieel dat een jongere voelt: ik faal niet. Er wordt nu iets van me gevraagd wat ik nog niet heb geleerd.
En dat is logisch, als alles altijd vanzelf ging.
Vanaf daar onderzoeken we samen wat dat ‘andere’ dan is en hoe het wel kan lukken.

Concrete oplossingen

Vaak blijken de oplossingen verrassend concreet:
• Oefentoetsen maken.
• Opdrachten herhalen.
• Actief werken met de stof in plaats van alleen lezen of samenvattingen maken.
• Soms andere input zoeken: een filmpje, een andere uitleg.
Dat kost géén uren per dag. Het past naast sport, vrienden, gamen en op de bank liggen.

Het begint met inzicht

Waar het vooral om gaat, is inzicht krijgen in:
• hoeveel tijd kost iets echt;
• hoeveel tijd heb je eigenlijk;
• wat is nodig om voor dit vak een voldoende te halen?
• spelen er (ook) andere onderwerpen in je leven?

Vastlopen betekent niet dat het niet kan.
Vaak betekent het alleen dat iemand nog niet weet wat er nodig is.
Samen kijken en samen een pad zoeken. En dan samen dat pad lopen, in plaats van harder duwen, brengt meestal weer overzicht.

Ik kijk graag met jou of je kind mee!

Maartje Maas

*Voor de leesbaarheid gebruik ik in dit blog hij; in te wisselen voor haar/hen.