Ik moet de was doen.
Ik moet minstens vijf keer per week gezond koken.
Ik moet die zieke collega vervangen.
Ik moet fit blijven.
Ik moet dit boek behandelen tot hoofdstuk 5.
Zoveel moeten…
A. Wie vindt dat jij dit allemaal moet?
B. Eh… ja, ze vinden dat.
A. Ze? Wie zijn ze?
B. Nou, mijn partner, de kinderen, mijn ouders, vrienden, collega’s. Het systeem gewoon.
A. O ja, het systeem. En wat wil jij?
B. Wat wil ik? Dit hoort gewoon zo, toch?
A. Dus op je 52e bepaal jij nog steeds niet wat jij wil?
B. …uhh nee. Eigenlijk niet. Alsof dat makkelijk is.
A. Nee, makkelijk is het niet.
Maar als jij niet kiest voor jou, wie dan wel?
Als jij niet kiest voor jezelf, wie dan wel?
Bovenstaande zin kwam binnen.
We denken vaak dat we moeten van een ander. Dat het zo hoort.
Maar alles wat je denkt dat een ander denkt, denk je zelf.
En zo raak je jezelf kwijt.
Ook ik vond mezelf een tijd helemaal niet leuk, omdat ik al dat ‘moeten niet voor elkaar kreeg.
En tóch vond dat het moest.
Bang om afgewezen te worden. Bang om niet te voldoen.
Maar wat wil ík eigenlijk?
Wat voelt voor míj goed, echt, kloppend?
Vaak begint luisteren naar jezelf met even stoppen.
Met niet meteen invullen. Eén seconde langer ademen. Zachter kijken. Liever denken over jezelf.
Meer is het niet.
Dan komt er ruimte.
Om te voelen en te kiezen. En om jezelf weer een beetje leuk te vinden.
Want wat je denkt dat een ander denkt, denk jezelf.
Van ik moet van alles naar ik moet niks!
Het is veel leuker (en beter!) om te denken: ik moet niks – ik ben goed zoals ik ben.
En het dan ook nog geloven 😉
Dus vandaag: Kijk even in de spiegel. Leuk mens hè?
In mijn werk begeleid ik docenten die vastzitten in moeten, aanpassen en volhouden.
Herken je dit en wil je onderzoeken wat er gebeurt als je jezelf serieuzer neemt?
Neem contact met me op, dan kijken we samen.
Maartje Maas

